Wmo-abonnementstarief 2020: wat valt er wel en niet onder?

In 2020 verandert de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Onderstaande informatie van het ministerie van VWS legt uit waarom bepaalde Wmo-hulp en -ondersteuning onder het abonnementstarief valt en andere hulp en ondersteuning niet.

illustratief beeld kind met zware beperking met begeleidster

Wat verandert er in 2020?

Mensen met een beperking of chronische ziekte hebben vaak te maken met verschillende kosten in de zorg. Bijvoorbeeld het eigen risico voor de zorgverzekering en de eigen bijdrage voor de Wmo. De overheid wil iets doen aan deze stapeling van eigen bijdragen. Daarom wordt in 2020 de eigen bijdrage in de Wmo voor de meeste hulp en ondersteuning maximaal 19 euro per maand. Dit is het abonnementstarief. Hierdoor worden de totale kosten van de zorg voor veel mensen met een beperking of chronische ziekte lager.

Waarvoor geldt het Wmo-abonnementstarief?

Vanaf 2020 geldt het abonnementstarief in principe voor alle maatwerkvoorzieningen en de algemene voorzieningen waarbij sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie. Een algemene voorziening is voor iedere inwoner van de gemeente beschikbaar. Iedere inwoner kan hier gebruik van maken. Bijvoorbeeld een boodschappendienst of maaltijdvoorziening. Bij een algemene voorziening vindt geen uitgebreid onderzoek plaats naar uw persoonlijke situatie. Een maatwerkvoorziening is een voorziening die past bij uw persoonlijke situatie. Bijvoorbeeld persoonlijke begeleiding of een woningaanpassing. Een maatwerkvoorziening krijgt u als een algemene voorziening voor u niet de juiste oplossing is. Om dit te bepalen doet de gemeente onderzoek naar uw situatie. Dat is meestal een gesprek met u om te kijken wat u nodig heeft.

Niet alle algemene voorzieningen vallen onder het abonnementstarief. Voor sommige algemene voorzieningen is 19 euro per maand niet passend. Voor deze hulp en ondersteuning kunnen gemeenten nog een aparte bijdrage vragen. Veel gemeenten vragen bijvoorbeeld voor vervoer een lagere eigen bijdrage per rit. Het zou namelijk duurder zijn om 19 euro per maand te betalen als u bijvoorbeeld maar één keer per maand vervoer nodig hebt.

Wat is een duurzame hulpverleningsrelatie?

Voor algemene voorzieningen waarbij sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie betaalt u vanaf 2020 het abonnementstarief. Bij een duurzame hulpverleningsrelatie:

  • heeft u een hulpverlener die arbeid verricht. Dit kan bijvoorbeeld iemand zijn die het huis schoonmaakt of u helpt met uw administratie;
  • is het belangrijk dat u een vaste begeleider/hulp heeft;
  • komt de hulpverlener voor een langere periode bij u. Het is dus geen tijdelijke oplossing na bijvoorbeeld een ziekenhuisopname.

Elke gemeente bepaalt zelf bij welke van hun algemene voorzieningen sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie. De afweging wordt gemaakt per voorziening, niet per cliënt. Als een algemene voorziening voor de meeste cliënten aan alle drie de voorwaarden voldoet dan geldt voor die voorziening voor alle cliënten het abonnementstarief.

Een gemeente kan er voor kiezen om ook voorzieningen zonder duurzame hulpverleningsrelatie toe te voegen aan het abonnementstarief. Ook mag een gemeente er voor kiezen om geen bijdrage te vragen voor voorzieningen. Of om de eigen bijdrage te verlagen.

Voorbeelden

Hieronder staan enkele voorbeelden van voorzieningen die in sommige gemeenten algemene voorzieningen zijn. Ze laten zien of wel of geen sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie.

  • Bij begeleiding en huishoudelijke hulp is er in de meeste gevallen sprake van persoonlijke hulpverlening waarbij arbeid het grootste kostenonderdeel is. De hulpverlener komt regelmatig bij
    u thuis en er is veel persoonlijk contact. Het is belangrijk dat u een vaste begeleider/hulp heeft. Deze hulp/ondersteuning is meestal voor een langere periode nodig, bijvoorbeeld meer dan zes maanden. Er is hiermee sprake van een duurzame hulpverleningsrelatie.
  • Bij bijvoorbeeld tafeltje-dekje wordt u eten thuisgebracht. Wie deze maaltijden komt bezorgen is niet zo belangrijk. Er is hier geen sprake van een duurzame hulpverleningsrelatie.
  • Van respijtzorg maken de meeste mensen maar een paar keer per jaar gebruik. In dit geval is er geen langdurig gebruik. Daarom is er geen sprake van een duurzame hulpverleningsrelatie. Respijtzorg kan ook anders zijn geregeld. Bijvoorbeeld als respijtzorg vooral gericht is op gezinnen met een kind met een levenslange (verstandelijke) beperking. Of op mensen met een chronische aandoening. Dan kan er wel sprake zijn van een duurzame hulpverleningsrelatie.
  • In de meeste gevallen is dagbesteding een voorziening waarbij er sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie. Bijvoorbeeld een zorgboerderij waar u meerdere keren per week heen gaat. Soms is er bij dagbesteding geen duurzame hulpverleningsrelatie. Denk hierbij aan een buurthuis in de wijk waar wisselende vrijwilligers werken en mensen binnen kunnen lopen wanneer zij dit willen.

Het kan zo zijn dat er bij een voorziening voor een individuele cliënt sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie, maar voor de meeste cliënten niet. De voorziening valt dan niet onder het abonnementstarief. Gemeenten mogen voor deze voorziening een aparte bijdrage vragen. Hierdoor kan voor deze individuele cliënt de eigen bijdrage flink oplopen. In zo’n geval moet de gemeente onderzoeken of een algemene voorziening financieel passend is voor de cliënt. Als dit niet zo is, dan moet een andere mogelijkheid worden geboden. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een maatwerkvoorziening waarvoor het abonnementstarief geldt.

Vragen?

Heeft u vragen over welke voorzieningen in uw gemeente onder het abonnementstarief vallen, neem dan contact op met het Wmo-loket in uw gemeente.

Minister wil huurders wiens toeslag ten onrechte is stopgezet niet compenseren

Ministers Van Veldhoven (Wonen) en staatssecretaris Snel (Financiën)  zijn niet van plan om huurders van wie de huurtoeslag ten onrechte werd stopgezet te compenseren.

Envelop Belastingdienst Toeslagen
CC BY-SA 2.0 – FlickR

Dat blijkt uit antwoorden op Kamervragen(externe link) van CDA Kamerleden Pieter Omtzigt en Erik Ronnes. De Belastingdienst weet niet bij hoeveel mensen de huurtoeslag onterecht is stopgezet.

Recht op huurtoeslag

Huurders met een laag inkomen en een huurprijs onder de huurtoeslaggrens hebben recht op huurtoeslag, als tegemoetkoming in de woonlasten. Heb je een huurprijs boven de  huurtoeslaggrens? Dan kun je, ook met een laag inkomen, geen huurtoeslag krijgen. De wetgever vindt dat je dan maar goedkoper moet gaan wonen (al is dat natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan).

Verworven recht na tijdelijke inkomenstijging

Er is een uitzondering  op deze regel. Als je huurprijs door de jaarlijkse huurstijging tot boven de huurtoeslaggrens stijgt, en je hebt in de maand voorafgaand  aan de huurstijging recht op huurtoeslag, dan behoud je het recht op huurtoeslag. Dit noemt de Belastingdienst een ‘verworven recht’. 

Ook bij huurders met een ‘verworven recht’ blijft er naar het inkomen gekeken worden. Stijgt je inkomen tot boven de grens? Dan vervalt het recht op huurtoeslag. Maar wat als je inkomen daarna weer daalt? Volgens de Belastingdienst had je dan nog steeds geen recht op huurtoeslag, omdat de huurprijs op dat moment boven de huurtoeslaggrens ligt. Daar heeft de Raad van State nu heel duidelijk een streep door gezet. Er wordt bij verworven recht alleen gekeken naar de maand voordat de huurprijs voor het eerst boven de huurtoeslaggrens uit kwam. Dat verworven recht wordt door een tijdelijke inkomensstijging niet verspeeld. Bij een inkomen dat weer gedaald is tot onder de huurtoeslaggrens, heb je dus nog steeds recht op huurtoeslag.

Starre opstelling ministers

Volgens de minister en de staatssecretaris is er geen sprake van een onjuiste interpretatie door de Belastingdienst, maar van ‘een omslag van de interpretatie inzake het verworven recht van de huurtoeslag’. De ministers zien daarom geen aanleiding om huurders te compenseren voor de misgelopen toeslag. Pas vanaf de uitspraak van de raad van state op 24 juni 2019, zou er sprake zijn van een ‘nieuwe interpretatie’. Woonbonddirecteur Paulus Jansen:  ‘Een huurder heeft, na het onterecht stopzetten van de huurtoeslag in 2017, doorgeprocedeerd tot aan de Raad van State. Omdat de Belastingdienst na een lang juridisch traject pas half 2019 het deksel op de neus kreeg van de hoogste rechter, kunnen huurders fluiten naar compensatie? Dat is opnieuw een bizar starre opstelling.’ De Woonbond roept de kamer op in debat te gaan over mogelijke compensatie van huurders. ‘De Belastingdienst heeft fouten gemaakt. Maar de huurders draaien hier nu voor op. Dat is de omgekeerde wereld.’

Onterecht stopgezet? Vraag het op tijd weer aan!

Is je huurtoeslag ten onrechte stopgezet? Vraag het weer aan voor 1 september 2020! Tot die datum kun je namelijk nog huurtoeslag over 2019 aanvragen. Op de website van de Rijksoverheid(externe link) staat wat de huurtoeslaggrens (liberalisatiegrens) was per jaar. Leden van de Woonbond kunnen bij de Huurderslijn terecht voor hulp.

Bron: website Woonbond 19-12-2019

Rechter geeft pgb-opeisende jongeren uit Kampen gelijk

De cliënten en Jennieke Dorgelo (derde van rechts) voor het pand van IkZijnWij in Kampen (Foto: Jennieke Dorgelo)

De cliënten en Jennieke Dorgelo (derde van rechts) voor het pand van IkZijnWij in Kampen (Foto: Jennieke Dorgelo)

Vijf cliënten van zorgaanbieder IkZijnWij uit Kampen die hun persoonsgebonden budget (pgb) opeisten, hebben van de rechter gelijk gekregen. De uitspraak is ook goed nieuws voor directeur-bestuurder Jennieke Dorgelo van IkZijnWij. Een dreigend faillissement is nu zo goed als zeker van de baan.

De cliënten stapten voor een zogenoemde voorlopige voorziening naar de rechter nadat de gemeente Kampen hun pgb’s had geweigerd terwijl IkZijnWij de zorg onbetaald bleef leveren. Bij de rechtszaak werden de cliënten bijgestaan door jurist Kevin Wevers. Hij raakte al vroeg tijdens de behandeling van de zaak ervan overtuigd dat zijn cliënten in het gelijk zouden worden gesteld.Lees ook: Jongeren slepen gemeente Kampen voor de rechter

“De rechter legde het de advocaat van de gemeente na aan de schenen, direct vanaf het begin van de zaak”, zegt Wevers, die spreekt van een prachtige overwinning voor zijn cliënten én Dorgelo. “De geldkraan is nu opengedraaid zodat haar onderneming kan blijven bestaan. Bovendien zijn mijn cliënten enorm opgelucht, want ze leven niet langer in onzekerheid. Ze mogen blijven bij de zorgaanbieder waar ze alle vertrouwen in hebben.”

De uitspraak toont volgens Wevers het falen van de gemeente Kampen én het falen van de gemeentelijke bezwaarschriftencommissie aan. “Die commissie had de gemeente al moeten terugfluiten. Dat heeft ze verzuimd. Ik zie vaker dat de kennis en expertise van dit soort commissies te wensen over laat. Dat is ernstig, want zij toetsten het beleid van een gemeente. In dit geval dupeerde de commissie vijf mensen die wat van hun leven willen maken.”

Bestemmingsplan als breekijzer?

In zijn loopbaan als Wmo-jurist maakte Wevers niet eerder mee dat een gemeente een bestemmingsplan aangreep om persoonsgebonden budgetten te weigeren. “De rechter ging daar gelukkig niet in mee. Nergens staat beschreven dat je pbg’s kunt afwijzen op basis van een bestemmingsplan. Dat heeft toch ook niets met de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) te maken.”

Blijdschap is er uiteraard ook bij directeur-bestuurder Dorgelo van IkZijnWij. “De gemeente Kampen sloeg de zorgplank volledig mis”, vertelt ze. “Gelukkig is dat door de rechter rechtgezet. De jongeren zijn gered door een oplettende jurist.”


Dwangsom

Helemaal vrij van zorgen is de onderneemster overigens niet. Er hangt haar een dwangsom boven het hoofd die kan oplopen tot duizenden euro’s omdat ze ‘onrechtmatig gebruik zou maken van haar panden’. Jurist Wevers is benieuwd of de gemeente Kampen overgaat tot het innen van de dwangsom. Hij kan het zich eerlijk gezegd niet voorstellen.

Woede over trage reactie recht op huurtoeslag

ANPGisteren15:43

GewijzigdGisteren 17:07ANP Politiek

ANP-402770838
CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt. beeld ANP

CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt. beeld ANP

De Tweede Kamer is woedend dat het kabinet er zo lang over doet duidelijkheid te verschaffen over een uitspraak van de Raad van State over het recht op huurtoeslag. Ook Kamervoorzitter Khadija Arib wil dat het kabinet opschiet. Ze maande minister Stientje van Veldhoven (Wonen) dinsdag nog deze week helderheid te scheppen. Van Veldhoven beloofde daarop „haar best te doen”.

CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt toonde zich in het wekelijkse mondeling vragenuurtje van de Kamer zeer geïrriteerd dat hij nog steeds geen antwoorden heeft op Kamervragen die hij weken terug over de kwestie stelde. De Raad van State bepaalde afgelopen zomer dat huurders in bepaalde gevallen na een inkomensstijging tot boven de huurtoeslaggrens toch aanspraak kunnen maken op huurtoeslag. Omtzigt wil onder meer weten hoe het kabinet zich opstelt en hoeveel huurders gedupeerd zijn.

Hij kreeg bijval van onder meer PvdA, SP en DENK. DENK-Kamerlid Farid Azarkan noemde de houding van Van Veldhoven „onbestaanbaar”. De schriftelijke vragen van Omtzigt waren ook gesteld aan staatssecretaris Menno Snel (Financiën), die vorig week in een Kamerdebat over de kinderopvangtoeslag harde kritiek kreeg.